Voorkeurshouding bij zuigelingen en afplatting van het hoofd
Voorkeurshouding op zuigelingenleeftijd komt de laatste 15 jaar zeer frequent voor.
Dit houdt verband met het advies om jonge baby’s op de rug te laten slapen (i.v.m. de veiligheid).
Als een baby een voorkeurshouding heeft houdt hij/zij het hoofd bijna altijd naar één kant gedraaid. Een voorkeurshouding kan de ontwikkeling van een baby nadelig ontwikkelen. Omdat de schedel van een baby tijdens de eerste levensmaanden van nature zacht is, kan het hoofd aan één kant afplatten en daardoor scheefgroeien. Een afplatting van de schedel wordt ook wel plagiocefalie genoemd.
Een mogelijkheid om de ernst van de afplatting te meten is de plagiocephalometrie.
Wat is plagiocephalometrie?
Plagiocephalometrie is een meetinstrument om de mate van scheefheid van het hoofdje objectief vast te stellen. Met behulp van de meting kan worden vastgesteld of verdere behandeling, bijvoorbeeld helmtherapie, noodzakelijk is. Ook vooruitgang of eventuele achteruitgang kan door meting worden vastgelegd.
Wanneer is het zinvol om te meten?
Zodra u merkt dat uw baby een voorkeurshouding ontwikkelt is het zinvol dit te melden bij uw arts. Adviezen kunnen helpen de voorkeurshouding te doorbreken. Als de voorkeurshouding niet te doorbreken is of als de adviezen niet helpen, is kinderfysiotherapeutische behandeling zinvol.
Meting van de afplatting is zinvol bij aanvang van de kinderfysiotherapie. (liefst zo jong mogelijk, leeftijd 2-3 maanden). Vervolgmeting kan eventueel bij 5 maanden om het effect van de behandeling te evalueren en om mogelijke indicatie voor helmtherapie vast te stellen.


